Scenario: Een praatje over het weer
Je staat te wachten bij de bushalte en praat met een andere reiziger over het typische Nederlandse weer.
Medereiziger: “Lekker weertje, hรจ? Het regent al de hele ochtend.”
Jij: “Ja, verschrikkelijk! Ik ben helemaal nat geregend op de fiets.”
Medereiziger: “Gelukkig wordt het vanmiddag beter. De zon gaat schijnen / doorbreken.”
Jij: “Gelukkig maar, want ik hou / houd niet van die koude wind.”
Medereiziger: “Kijk, daar komt de bus eindelijk aan!”
Jij: “Hรจ hรจ, gelukkig. Stap maar snel in!”